|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dutch / Nederlands |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Admin login | Printable version Welkom op de web-site van de Talyllyn Railway. Wij hopen dat het lezen van de informatie over deze historische smalspoorlijn uit Wales u veel plezier geeft. De Talyllyn (spreek uit: Tel-ie-glin) Railway is één van de oudste smalspoorlijnen ter wereld en tevens de eerste die voor sluiting werd behoed door spoorwegliefhebbers. De spoorbreedte is 686 mm (2 voet en 3 inch). De naam komt van een meer dat ongeveer 4 km voorbij Abergynolwyn ligt, de plaats die vroeger het eindstation was. GeschiedenisDe spoorlijn is oorspronkelijk aangelegd om leisteen te vervoeren van een steengroeve bij Bryn Eglwys in de bergen naar de toen net nieuwe normaalsporige spoorlijn bij het kustplaatsje Tywyn (toen Towyn). Men besloot al spoedig om ook personen en goederen te gaan vervoeren tussen het dorp Abergynolwyn en Tywyn, over een afstand van 6,6 mijl (10,6 km) door het dal van het riviertje Fathew. De lijn werd geopend in 1866. Er waren twee stoomlocomotieven, vier rijtuigen voor passagiers en ruim honderd goederen- en leisteenwagons. In zijn beste tijd, de jaren '80 van de vorige eeuw, vervoerde de lijn jaarlijks 8.000 ton goederen en 30.000 passagiers, maar in 1938 was dat nog maar 2.000 ton en 4.000 passagiers - dat waren toen voornamelijk toeristen in plaats van omwonenden en mijnwerkers. Vanaf de herfst van 1939 reden de treinen zelfs in de zomer nog maar twee of drie dagen per week. In 1947 ging de steengroeve dicht, maar Sir Haydn Jones, die sinds 1911 de enige eigenaar was van beide ondernemingen, handhaafde de passagierstreinen in de zomer voor toeristen, hoewel het hem geld kostte. De spoorlijn had nog steeds alleen de twee oorspronkelijke locomotieven (waarvan er maar één dienst kon doen) en de oorspronkelijke rijtuigen; de spoorbaan, nog steeds voor het grootste deel bestaande uit de oorspronkelijke rails, wahelemaal met gras overwoekerd en veel dwarsliggers waren verrot. Toen Sir Haydn in 1950 overleed zou de lijn zeker zijn opgebroken en als oud ijzer verkocht, als niet een groep spoorwegliefhebbers de Talyllyn Railway Preservation Society (Vereniging tot Behoud van de Talyllyn Spoorweg) had opgericht met de bedoeling dit overblijfsel uit de vroege spoorweghistorie te redden en de exploitatie ervan voort te zetten. De vereniging, indertijd de eerste in zijn soort ter wereld, heeft nu ongeveer 3.000 leden, van wie enkelen in het buitenland wonen. Leden mogen gratis meerijden op de Talyllyn Railway en ontvangen een geïllustreerd kwartaal- tijdschrift. Velen betalen niet alleen hun jaarlijkse contributie, maar werken ook in hun vakanties en weekends als stoker, conducteur, seinwachter en stationsmedewerker: een paar met veel ervaring treden in het drukste seizoen op als machinist. Anderen stellen zich ermee tevreden om in hun vakanties te werken aan de spoorbaan of in de werkplaatsen. De baan is volledig vernieuwd, de oorspronkelijke locomotieven zijn gereconstrueerd, en er zijn locomotieven en rijtuigen bij gekomen. In 1976 werd het passagiersvervoer uitgebreid tot Nant Gwernol, één kilometer voorbij Abergynolwyn langs het traject dat vroeger naar de groeve leidde. Geen van deze verbeteringen zou mogelijk zijn geweest zonder de hulp van de verenigingsleden. Treinen rijden dagelijks vanaf kort voor Pasen tot eind oktober en er is een treindienst in de Kerstvakantie van 2e Kerstdag tot en met Nieuwjaarsdag. Tijdens de drukste periode, van half juli tot eind augustus, zijn er acht of negen treinen per dag, waarvoor drie treinstellen en normaal vier locomotieven nodig zijn. Maar op zaterdag en zondag rijden er minder treinen, omdat veel vakantiegangers dan op weg zijn van of naar huis. De dienstregeling is (in het engels) te lezen op deze web-site. Info over alle smalspoorlijnen die meedoen aan de "Great Little Trains of Wales" publiciteitscampagne zijn beschikbaar op de pagina "Great Little Trains Of Wales", onderdeel van de web-site van de "Welsh Highland Railway" uit Porthmadog. De RouteTYWYN WHARF, het uiteinde van de spoorweg aan de kustzijde, is het hoofdkwartier van de lijn en het punt waar de meeste passagiers hun reis beginnen. In de Railway Shop zijn zowel hapjes en drankjes te koop als allerlei souvenirs, prentbriefkaarten en boeken. Er is ook een Narrow Gauge Railway Museum waar u voorwerpen kunt zien van smalspoorwegen overal op de Britse eilanden, waaronder een paar locomotieven. Wharf Station is oorspronkelijk gebouwd als een eenvoudig overlaadstation, en hoewel passagierstreinen er gebruik van maakten sinds ongeveer 1900, had Wharf tot 1952 geen perron en evenmin een omloopspoor. De lijn gaat steil omhoog door een uitgraving aan de zuidkant van de stad tot TYWYN PENDRE (0,68 km), waar de werkplaatsen en de loodsen voor locomotieven en rijtuigen zich bevinden. Deze zijn sterk uitgebreid sinds 1950. De naam Pendre betekent einde van de stad. De lijn komt langs een aantal haltes-op-verzoek, die elk alleen aangeduid worden door een naambordje en horen bij een boerderij: Hen-dy (1,49 km), Fach Goch (2,49 km) en Cynfal (2,98 km). RHYDYRONEN (3,58 km; Essenvoorde - doorwaadbare plaats met essenbomen). Op dit aardige station is het 's zomers tamelijk druk omdat het dienst doet zowel voor het nabijgelegen caravanterrein als voor het gehuchtje van dezelfde naam. Direct na dit station komt het stuk met de steilste gradiënt van de lijn - 2,1% - maar dat is maar heel kort en wordt gevolgd door een korte daling. Er is weer een halte-op-verzoek bij Tyn-llwyn-hen (3,98 km). BRYNGLAS (5,15 km; Blauwe Heuvel) is het volgende station. Er is een passeerspoor vlak voor het station. Van hieraf wordt het dal veel smaller en het uitzicht vanuit de trein mooier. De lijn gaat over de zuidelijke helling van het dal lopen. DOLGOCH FALLS (7,88 km; Rode Weide). Een belangrijk tussenstation. De nabijgelegen watervallen zijn een populaire bestemming en er zijn talrijke voetpaden rond de watervallen en in het bos. Vlak voor het station gaat de trein over het Dolgoch-viaduct, het enige kunstwerk van formaat van de lijn: het heeft drie bogen en is 18 meter hoog. Bij het verlaten van het station neemt de trein een scherpe bocht en komt al gauw bij Quarry Siding (8,55 km; Steengroeve Zijspoor). Het is een zelden gebruikte halte-op-verzoek, maar hij heeft een passeerspoor dat in 1968 werd aangelegd om een hogere frequentie van de treindienst mogelijk te maken. In de vroege jaren van de Preservation Society, toen er geen geld was om echte graniet- steenslag te kopen als ballast voor de baan, is hier wat ballast van nogal slechte kwaliteit uitgegraven, vandaar de naam. Na nog eens 1,5 km bereikt de spoorlijn de rand van de uitgestrekte bossen die gedurende de afgelopen veertig jaar doorhet Britse Staatsbosbeheer geplant zijn op de hellingen aan de zuidkant van de lijn, en dan komen we al spoedig aan in ABERGYNOLWYN (10,6 km). Dit was het eindpunt tot 1976. Het tegenwoordige stationsgebouw met restauratie-ruimte werd gebouwd in 1968. In 1976 werden de sporen anders gelegd en werd het perron verlengd voor de uitbreiding van de dienst naar Nant Gwernol. Het station bevindt zich in het nauwste deel van het dal; het dorp Abergynolwyn ligt 800 meter verder aan de hoofdweg. Na het verlaten van het station loopt de spoorbaan over een steile helling. Het dal wordt dieper want we komen nu in het dal van de Dysynni, die uit het Talyllyn-meer komt. Bij Abergynolwyn buigt deze rivier naar het noorden af door een nauwe kloof om naar zee te stromen door een dal evenwijdig aan dat van de Fathew. Al spoedig kunnen we onder ons het dorp zien: tot in de jaren '40 konden goederen (vooral steenkool) rechtstreeks worden afgeleverd bij de meeste huizen, omdat in bijna alle straten sporen lagen waarover wagons aan een kabel (!) op en neer werden getrokken tussen het dorp en de spoorbaan erboven op de flank van de heuvel. Nu maakt de spoorbaan een scherpe bocht naar rechts een nauw ravijn in en komt al gauw bij NANT GWERNOL (11,80 km; Gwernol Beekje), het nieuwe eindpunt. Van hieraf liep de spoorweg vroeger nog drie kilometer door naar de Bryn Eglwys (Kerk Heuvel) steengroeve, maar locomotieven gingen nooit verder dan Nant Gwernol, want in dit laatste stuk zaten verscheidene hellingen waarover de wagons aan kabels op en neer gingen. De eerste daarvan, Alltwyllt (Woeste Rotswand), is te zien direct voorbij het station. Er gaat geen weg naar het station van Nant Gwernol, maar verscheidene voetpaden leiden omhoog de heuvels in. Er is een pad dat de vroegere spoorweg volgt, tegen de Alltwyllt-helling op en dan nog ongeveer een kilometer verder tot aan de tweede helling met kabeltractie, waar een picnic-plek is met banken en tafels. Van hieraf kan men teruggaan door het bos naar het station van Abergynolwyn, of het stroompje oversteken en dan verder gaan naar de steengroeve, of terug gaan naar het dorp Abergynolwyn aan de andere kant van het Gwernol-stroompje. Tegenover het station bij Nant Gwernol loopt een pad dat rechtstreeks naar het dorp Abergynolwyn leidt. Als u erover denkt lid te worden van de Talyllyn Railway Preservation Society (de vereniging die het smalspoorbedrijf ondersteund) verwijzen wij u naar het engelstalige deel van deze web-site. Maar u mag ook schrijven (in het nederlands naar): The Talyllyn Railway, Wharf Station, Tywyn, Gwynedd LL36 9EY Great Britain. Stoomlocomotieven
Diesellocomotieven(allen tweeassig, voor rangeren en werktreinen)
Rijtuigen
Tenzij anders vermeld zijn alle rijtuigen gemonteerd op draaistellen. Merk op dat rijtuigen maar aan één kant deuren hebben (in sommige gevallen zijn wel deuren aangebracht aan de andere kant, maar die zijn dichtgeschroefd) omdat de perrons van de stations allemaal aan de noordkant van de lijn liggen. De rijtuigen gemerkt met § zijn geschilderd in de kleuren van hun oorspronkelijke spoorweg. Translated by Ben F M Kal, Roelof van der Molen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||